Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreek niet zoo luchthartig 'over dat meisje, want... ik vrees ...

Zij hield op, want zij had willen zeggen, dat je je tegen haar niet mooi hebt gedragen, maar zjj bedwong zich om de tegenwoordigheid van haar man. Zij herinnerde zich met droefheid, hoe Aagje haar had verteld van Jetje's hartstochtelijke uitbarsting van smart, toen de „geruchten* over Cornelius begonnen te loopen, en hoe Jetje, Aagje had bekend, zich te hebben verbeeld, dat Cornelius hield van haar...

— Wat vreest u? vroeg Cornelius argeloos. Dat ze van me houdt... ? Ik houd ook van haar, heel veel zelfs, en als ik Annemarie's promesso sposo niet was, dan zou ik die willen wezen van Jetje Robbrechts.

— En zij is 't meisje, dat ik voor je zou wenschen, zei de moeder met een zucht. Maar de dingen gebeuren nu eenmaal niet, zooals ze behoorden te gebeuren.

— Wie weet, zei de Raad. Wij kennen onze zoon. We kennen zijn onstandvastigheid, zijn wispelturigheid in de liefde. Als hij nog jaren wachten moet op 't meisje, op wie hij nu zijn zinnen heeft gezet, dan kan hij nog wel tienmaal, twintig-maal zijn omgedraaid.

— Rekent u daar maar niet op, zei Cornelius lachend, die nu weer geheel zijn goed humeur had herwonnen, omdat het onderhoud kalmer verliep, dan hij in 't eerst had durven hopen. Of ja, rekent u daar maar wèl op, dan word ik vooreerst tenminste met rust gelaten!... Maar

Sluiten