Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu deze zaak tot zoo'n bevredigende slotsom heeft geleid, nu doet ubeiden me toch, hoop ik, de eer en 't genoegen aan, bij mij te blijven middagmalen?

— Ja ... antwoordde de Raad, maar ... vertel me eerst, welk gezelschap je hier herbergt, welke jongelieden, en misschien ...

— Tot mijn spijt geen „misschien's," vader, alleen „jongelieden," riep Cornelius vroolijk, en de namen, die hij noemde van zijn gasten waren van zóó goeden klank, dat de Raad er geen bebezwaar tegen kon hebben, noch voor zichzelf, noch voor zgn vrouw, om met hen aan tafel te zitten.

Cornelius zond hun bericht, en de „jongelieden," onberispelgk • gekapt en gekleed, kwamen binnen en maakten op de ho'ffeljjkst-ongedwongen wjjze hun compliment aan de ouders van hun vriend, waarna men gezamenlijk naar de eetkamer vertrok, waar de diner-tafel stond aangericht.

De eetkamer had het uitzicht op den bloemen-tuin, waar schitterende dahlia-perken wedijverden in kleur. Het heldere uitzicht verlevendigde nog het lichte en vroolijke aanzien der kamer, waarvan de wanden behangen waren met geschilderde doeken, Arcadische landschappen voorstellende, met rechte lanen en herders en herderinnetjes, en waarvan de meubileering eenige jaren geleden opnieuw was uitgevoerd in den stijl van den Franschen tijd; buffetten en dressoirs van mahoniehout, met spiegelglas en groote vergulde leeuwen, overvloedig beladen met zilverwerk en kristal, en op den wit-marmeren schoor-

Sluiten