Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iets heel moois... maar iets onwezenlijks, iets onbereikbaar-vers...

Soms kon het haar gebeuren, dat zij zich verbeeldde te hebben gedroomd. De ontmoetingen met Cornelius, de lieve woordjes, die hij haar toe-fluisterde, de kussen, die hij haar gaf... alles leek in het voorbije verleden zoo vreemd, alsof het geen waarheid was geweest, maar een spel harer verbeelding, een lieve, mooie fantasie, eH dan weer kwam met onstuimige kracht de herinnering aan het afscheid in haar op, toen hij haar de belofte had af-gevraagd, dat zij hem nooit zou vergeten, en dat zij later zgn vrouw worden zou ...

Neen, alles was toch werkelijkheid, maar... werkelijkheid geweest. Leefde er nog iets in hem van de gevoelens, die hij haar eenmaal zoo hartstochtelijk had getoond ... ? Dacht hij nog wel eens aan haar... die hij zóó ernstig had gezegd te beschouwen als zjjn aanstaande vrouw, aan wie hij als pand van trouw de kousen van de keizerin had gegeven ? ... of...

Zij had ze nog, die kousen. Ofschoon ze thans waren ontsierd door groote stoppen, maar zij had ze toch niet willen weg-doen, èn zij bewaarde ze nu weer in de sandelhouten doos, waarin hij ze haar eens gaf...

Zij opende haar kleine kastje van witwerkershout en nam de doos er uit, en opende deze. Het waren niet de kousen, die zij nog eens wilde zien; maar in de doos lag ook iets anders, in een fijn-linnen zakdoekje gevouwen, een hand-

Sluiten