Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was van de dierbare aanwezigheid van Annemarie, zelfs nn was de enkele aanraking van zijn viool voldoende, om hem Jetje Robbrechts in herinnering te brengen, Jetje, die zjjn troost was geweest in de dagen, toen trotsche Antje het waarlijk had bestaan om in den echt te treden met Allert Ruys, en toen het naiëve kind Camietje Arckenbout zich had laten verloven aan een vriend van Lodewgk, een jongen patriciërszoon uit het pasgeadelde geslacht Schönlein, — en het was hem, ondanks alles tóch een teleurstelling geweest,' dat Camietje zich zoo goed in deze omstandigheden had weten te schikken; maar toen hij eens, een beetje bitter zei, dat Camietje geen karakter had, antwoordde Jetje: Zij is een kind, Cornelius...

Goeie Jetje... Hij had haar niet lief met een diepen, algeheelen ernst, een stormend begeeren, een eindelooze innigheid, en toch... toch zou hij haar missen, als ...

Hij keek naar Annemarie, die niet keek naar hem; zij had reeds voor het clavecimbel plaatsgenomen, haar eene hand lag losjes op de toetsen, haar andere hing langs haar neer, en zij had in de uitdrukking van haar gebogen hoofd, van haar gesloten mond, van haar diep-neergeslagen oogen, zóo iets verstrooids, dat zijn hart opsprong in zijn borst van trots en triomf: zjj denkt aan mij, dacht hij.

Haar vriendinnetje stond naast Annemarie, om de muziek-bladen om te slaan, daar alle verdere aanwezigen het een of ander instrument bespeelden; behalve het gewone strijk-quintet, was er

Sluiten