Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sanc een liet... of van Scarlatti Rosaura, of...

Zij wist het opeens. En zonder zich te bedenken zeide zjj:

— Schubert's Haideröslein.

Frisch en krachtig, zonder aarzelen, klonk haar jonge, volle stem, en bij dit geluid kreeg de voor gehoorsindrukken altijd zoo hoogst ontvankelijke Cornelius een gewaarwording, als hij nog nooit had gekend. Hjj voelde het alsof de huid van zijn hoofd strak en koel er omheen werd gespannen, of even zjjn ademhaling stokte, en of in zijn oogen kwam de brandende drang van tranen...

Dat duurde kort. Het volgende oogenblik herstelde hij zich weer. Maar het moment had lang genoeg geduurd, om hem de heilige overtuiging te geven, dat hij dit meisje, haar-alleen, liefhad... doordat hjj zóó werd ontroerd.

Sah' ein Knab' ein Röslein stehn,

Röslein auf der Haiden,

War so jung und morgenschön. .

En nu verstond hij ook, wat zij zong: so jung und morgenschön. . . dat was zij. .. o, dat was zij, de liefste... En hoe verder zij zong, hoe meer hij de vreemde openbaring kreeg, dat zij werkeljjk het heideroosje was, dat zij er zichzelve mee bedoelde ... maar ... als dit zoo was, dan... bedoelde zij hém ook met dien wilden, onverantwoordeljjken knaap ...

En heel zijn onstuimig wezen kwam in opstand tegen deze opvatting. Was zij dan de trouw-belofte vergeten, die zij samen gewisseld hadden, en geloofde zij hem niet, dat hij zijn woord gestand zou doen ?

Sluiten