Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het genoegen haar weer te zien, en het besef haar weer voor goed terug te hebben in Rotterdam, al het andere overtrof, en lachend, in de beste stemming, ging het gezelschap uiteen.

Uit de verte zag Cornelius toe, hoe Annemarie zich verwijderde met Claude. Hij balde zijn eene hand tot een vuist, om zich tot bedaardheid te dwingen. Met al zijn krachten vocht hij zgn begeerte neer, om haar arm niet uit dien van zijn zwager te scheuren, en hem beleedigend toe te voegen, dat hij een bandiet, een eer-roover was. Maar... een schandaal maken, in den avond, en midden op straat, hij mocht het niet doen. Niet terwille van Annemarie, van zijn vader, van zijn moeder, van zijn naam. Te veel al had hij op zijn kerfstok, om zóó iets te durven wagen... zijn vader had hem ernstig gewaarschuwd, hem vaak zelfs bedreigd, en dan zoo iets!

"Maar wat gaf het of Claude haar thuis-bracht?! Hjj zou toch nooit iets bjj haar bereiken, daarvan was hij in zijn diepste ziel overtuigd. Maar Claude was nu eenmaal een man zonder geweten... en daarom zou hjj de twee op een afstand volgen, ieder oogenblik gereed om tusschen-beiden te treden, indien het noodig mocht zijn. Maar het paar liep den gewonen weg naar Annemarie's woning; het scheen zelfs of het meisje haast maakte, om thuis te zijn. En toen zij haar huis hadden bereikt, liet zij twee, driemaal driftig den klopper vallen, waarop de deur gelukkig onmiddellijk geopend werd, en hij Claude met een buiging een gedwongen afscheid zag nemen.

Sluiten