Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cornelins was gerust-gesteld. Morgen! dacht hij, morgen!

In koortsig ongeduld had Cornelius den morgenstond afgewacht. Veel te vroeg was hij al in de kleeren, en in spanning bracht hij de uren door die hem scheidden van Annemarie. Hij wilde wachten, tot haar vader naar zijn kantoor was, en haar broertjes en zusjes naar school zouden zijn, want hij wilde haar één minuut voor zich alleen hebben, en haar moeder zou hun dat oogenblik wel gunnen.

En toen hij eindelijk voor haar deur stond, bonsde zijn hart van opgewondenheid, en toen Annemarie hem de deur opende, strekte hij haar de armen tegen in sprakelooze innigheid:

— Liefste!

Maar zij, in haar jonkvrouwelijken schroom trad een schrede terug; zij voelde het duidelijk, hoezeer zij elkaar waren ontwend, en onmogelijk kon zij hem aanstonds in de armen vallen, zoo-

Ials het spontane kind drie jaar geleden zou hebben gedaan ... Maar Cornelius was er de man niet naar, om zich spoedig uit het veld te laten slaan; hij greep haar in zijn onstuimige omhelzing, en het meisje gaf zich ondanks. zichzelve gevangen in

de warme omvatting zijner armen.

— Ik ben altijd, altijd dezelfde voor je gebleven, zei Cornelius hartstochtelijk, en jij? en jij?

Sluiten