Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij antwoordde niet, overweldigd door zgn passie, waarin zg zich zoo vreemd voelde, zoo aan zichzelve ontvoerd... maar hg drong aan op een antwoord in driftig ongeduld:

— Hou-je nog van me? hou-je nog van me zooals vroeger, Annemarie?

Maar wéér als den vorigen avond was haar geluk met angst gemengd, en zg sloot de oogen, terwijl haar hoofd lag aan zijn schouder, in een vrees, die zg niet te uiten, zelfs niet te definieeren vermocht.

Op dit oogenblik kwam haar moeder de gang in, en deze sloeg haar handen samen en in de lucht, terwgl zg riep:

— De lieve Heer zal me liefhebben! Wat hebben we nou aan de hand ? Maar toen herkende zg Cornelius: o, is u 't, zei ze. Maar kom u dan tenminste ordentelijk binnen, meneer, en sta hier niet in 't portaal met m'n dochter te minnekoozen als 'n vrijer met z'n vrijster...

Cornelius liet Annemarie los.

— Mevrouw Cantzlaer, zei hg, ik heb uw dochter lief... en ik vraag haar aan u tot mijn vrouw.

En zoo knap en waardig stond hg daar, en zoo waarachtig-gemeend was zgn toon, dat Annemarie al haar twijfel uit haar ziel weg-glijden voelde, en alleen maar wist, dat zij gelukkig was, — gelukkig om zgn terugkeer, gelukkig om zgn liefde...

De moeder schudde bedenkelijk het hoofd.

— Dat huwelijk zal nog heel wat voeten in

Sluiten