Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

t

De bonte kermis-drnkte joelde door Rotterdam. Op de Blaak stonden de kramen, en stalden hun kleurige waren ten toon; orgel-muziek, gebom van koperen bekkens, gerommel van trommen doorbonsde de lucht, en geuren van gebakken oliebollen en poffertjes verwaaiden over het uitgestrekte terrein. Zangers, de gebeurtenissen die zjj bezongen, met een stok aanwijzend op een realistisch-fel beschilderde plaat, galmden met eentonig-luide stem aldoor weer opnieuw hetzelfde relaas. Kort-hard klonken de bijl-slagen bij het koek-hakken; de loterij-trommel rammelde bij het rond-draaien, terwijl de eigenaar de ‚Äěheeren, boeren, burgers, en buitenlui" tot deelnemen uitnoodigde met dringende, luide stem; rateltjes werden gezwaaid door wilde kindervingers, kindermonden bliezen onvermoeid hun schelle fluitjes, kinderhanden lieten papieren vogels vliegen, of speelden ijverig met rose, blauwe, gele ballen aan een elastiek. Risten boeren en boerinnetjes hosten

Sluiten