Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar een uitroep van Aagje trok haar aandacht.

— 0, zie! riep het meisje met een kleur. Daar is een schotel, zooals meneer Hero Hesseling er een hebben moet, en zij wees naar een bord, dat tusschen andere op een lang borden-rek stond, en dat een voorstelling droeg van een der hemelteekens: de Ram. Er bestond een stel van twaalf dezer borden; Hero Hesseling bezat er zeven van, en al sinds jaren zocht hij naar de ontbrekende. Een schotel erbij zou voor hem een geschenk van groote en vreugde-gevende waarde zijn.

— Geef mij die schotel eens, zei Aagje tegen den koopman, en juist stonden Keetje en zij de teekening te bekijken van den god Mars met een ram in de armen, toen Johanna, in onbeheerschte drift haar het bord uit de handen greep:

— Dit zal ik nemen, zei ze kort, met een harden, bijna hatenden blik op Aagje.

Zij wist niet, wat voor een gevoel haar had bezield, toen zij den schotel in Aagjes handen zag. Brandende jaloerschheid... en tegelijk een wild verlangen om aan Hero een blijdschap te geven, ten bewijze dat zij van hem hield, o, dat zij toch van hem hield... al leek het hem anders, al verweet hij haar, dat zij hem niet liefhad... omdat zij niets voor hem wilde opofferen ... omdat zij niets voor hem durfde ...

En te laat besefte zjj, dat zij zich had verraden.

— Moeder! zei Keetje gesmoord. En zjj greep

Sluiten