Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den arm van haar zuster, die doodsbleek, met wnd-opengesperde oogén naar Johanna staarde, intuïtief voelende, dat hier iets vreeselijks gaande was, ofschoon het feit nog niet in vollen omvang begrijpende zooals Keetje.

Had zij zich verraden? Nu, goed! dacht Johanna in vlammende opwinding, Goed! er moest dan nu maar een einde aan komen! het was niet langer uit te houden op deze manier! o, zij voelde de plotselinge woeste kracht in zich, om met alles te breken, om allen die haar zouden verachten den smaad aan te doen harer openlijke schande. Zij wilde, wilde niet langer berusten; het gedrag van Cornelius had alles in haar opengescheurd, en verdwenen was in haar bittere smart, haar gevoel van welvoegelijkheid, haar eerbied voor de rechtschapenheid en den naam van haar echtgenoot, haar genegenheid voor haar dochters, die tegen Cornelius partij hadden gekozen, omdat zij te veel op hun vader leken...

Goed! zij had zich verraden! Maar het gaf haar eigenlijk een gevoel van namelooze verlichting, dat zij nu niet meer, nóóit meer zou behoeven te veinzen, te liegen... dat zij in trotsche vryheid haar liefde zou kunnen volgen ... Neen, zij was niet verslagen in dit moment, dat nu nog de tragiek van haar leven in zich besloten hield, maar waarin zij toch weer op-ademen kon als een verloste ...

En diep in haar ziel klonk de triomf van haar herwonnen vrnheid, in een aldoor herhaald: Goddank! Goddank!

Sluiten