Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onwrikbare ijzeren kracht, die zij niet begreep, maar waarvoor zij zich angstig boog...

Het mooie hoofd hooger geheven dan ooit, den mond onuitsprekelijk trotsch gesloten, de oogen rond-blikkende met een uitdrukking van hoon en zegepraal tegelijk, zoo schreed Johanna door het bonté gewoel. Zij verachtte haar dochters, die haar verachtten, zij verachtte de menschen, die haar verachten zouden, morgen, als zij het wisten! Met dezen gang, haar laatste gang als algemeen geziene, gevierde, hoog-geschatte vrouw, sloot zij voor goed een levensperiode af... Maar daarna zou haar eigenlijk bestaan beginnen, het bestaan, waarnaar zij lange jaren radeloos had gesmacht, van vrijheid, liefde ... geluk!

Met liefderijke zachtheid leidde Keetje haar zuster voort, die naast haar ging als in een geestelijke bewusteloosheid; zij leed in deze minuten méér dan Aagje, die het volledig besef niet had van wat er om haar heen gebeurde; zij had wel luid-op willen jammeren, om het vreeselijke, dat zich zoo plotseling, zoo ruw aan baar bevestigd had. Lang had een onbestemde twijfel haar gekweld ... lang had zij niet mllen gelooven, wat haar vrouwelijke intuïtie soms met pgnlijke duidelijkheid ried ... maar nu ... o, God, haar vader ... haar arme, arme Aagje...

En was het nu de waarheid, dat zij hier liepen als in een spookachtigen droom ... dat zij haar moeder kennissen hoorde begroeten met onnatuurlijk hooge, helle stem, en dat zij inkoopen deed, zoodat Kaatjes mand vol geraakte, en met den-

Sluiten