Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfden, onnatuurlgk hoogen, hellen lach speelgoed reikte aan hunkerende arme kinderen, en zich handschoenen passen liet aan haar koele, blanke hand, en Kaatje als geschenk een nieuwe shawl uitzoeken deed, en met haar delibereerde over een warme, oranjegele shawl voor 's winters of een licht cachemiren shawltje, waar Kaatie zoo'n zin m had, met kleine teerkleurige palmpjes van wit en lichtblauw op een roodbruin fond ... was dit alles de waarheid... de schrikwekkende waarheid... of was het een helsche begoocheling, en zouden zij straks weer tot zichzelve komen in de goede, rustige werkelijkheid?...

Zg haatte haar moeder in deze oogenblikken met een haat vol schuwheid en angst, haatte haar om haar onbarmhartigheid, haar onbeschaamden hoogmoed, haar trotsche houding o, zy haatte haar, haatte haar, omdat zü hét leven nog zoo bitter verellendigde... het leven, dat tóch al zoo zwaar was om te dragen met haar droefheid om den dood van haar kleine kindje, dat nauwelijks had geleefd... om het wangedrag van Claude, haar man, en om Cornelius' voorgenomen daad, die haar vader zooveel verdriet en verontwaardiging kostte... En nu dit... 0, God, wat waren zg allen ongelukkig, diép* diep ongelukkig...

Door de blauwe, frissche lucht koperden de schelle tonen van een groep straat-muzikanten; mt de verte bomde de trom van het nieuwe kijkspel; de welige kleuren der kramen wemelden in het zonnelicht tot een bonten chaos dooreen;

Sluiten