Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn eigen kamer. Maar alles was toch anders geworden. Hjjzelf. Maar hij was dezelfde niet meer.

Zij had hem bedrogen. Johanna had hem bedrogen. Al jaren, al jaren lang...

Hij boog zich voorover in zijn stoel, en legde zijn beide handen vlak op zijn knieën. Zóó staarde hij voor zich uit, totdat alles vóór hem leeg en donker werd, en in dat leege donker het helle beeld verscheen, dat hij wilde zien:

Johanna, vóór hem staande, in een wilde, trotsche schoonheid, zooals hij haar vroeger, vróeger, meermalen had gezien... toen zij zgn wettelijk gezag in de ontembaarheid harer jeugd niet wilde erkennen, totdat zij het hoogmoedige hoofd had gebogen, en rustig en stil was geworden ... Johanna, uitdagend hem haar schuld bekennend, haar schuld hem toewerpend als een verwijt aan hèm... Johanna, hem véél meer zeggend dan hij wilde weten... want wist hij niet genoeg, nadat Aagje, de arme Aagje, in een schokkend zenuwtoeval, de waarheid had uitgekreten, de waarheid, die door Keetje met diepen, smartelijken ernst bevestigd was...

— Ga heen, vrouw! had hjj haar bevolen met sterke stem, ga heen, eervergetene, die 't heiligste met voeten treedt!... en zij was terug-geweken voor zgn blik, en zij had gezwegen, eindelijk gezwegen ...

Maar nog altgd was m zgn ooren de klanfc van haar driftige, hooge stem, die verweet, die verweet...

— ... o, nooit heb je me gelukkig gemaakt!

Sluiten