Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest in zijn erfenis en ook zijn ongehoorzame zoon... maar het was de wet, en hij had de wet nog nooit ontdoken, — hij berustte daarin.

En ook moest hij er in berusten, dat hij Aagje onbeschermd in het leven achterliet. Maar hij twijfelde niet, of zij zou niet langer met haar moeder onder één dak willen blijven, zij zou haar intrek wel nemen bij Keetje.

En nu moest hij nagaan, of er ook papieren verscheurd moesten worden, en brieven. Hij ging naar zijn groot bureau, en sloeg de kap neer. Ordelijk gerangschikt lagen daar in de verschillende vakken zijn zaken-brieven, zijn particuliere correspondentie, de copieën van belangrijke brieven over staatsaangelegenheden; hij haalde een pak eruit; het was met blauw band omwonden en droeg een jaartal, en zoo was het ook met de anderen; neen, het was niet noodig dat alles te openen en na te kijken; er was niets, wat zijn erfgenamen niet mochten zien, niets wat hem zou kunnen compromitteeren. En hij voelde ook opeens, hoe moe hij was, hoe ontzettend moe. Hij zou dit werk misschien halverwege moeten.

Het werd donkerder in de kamer. Hoe vreemd bewoog zich zijn zware zwarte figuur door de duistere, geluidelooze ruimte, toen hij opstond, en ging naar het groote, met koper beslagen kabinet, en de dubbele deuren opende. Het donker beklemde hem, het was of hij er met moeite in adem-haalde, en hij stond even hijgend stil, terwijl hij zich vast-hield aan de beide geopende

Sluiten