Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plechtig werd. En toen Cornelius den volgenden morgen, — hij was 's nachts van Aechtenskerke afwezig' geweest, en had de boodschap eerst in den vroeg-ochtend gekregen, — Rotterdam te paard binnen-reed, zag hij door de straten gaan den deftigen man met den zwarten rok, het zwart-züden vest, den korten, met zilveren gespen aan de knieën gesloten broek, de lage schoenen met zwart zijden kousen en dep driekanten steek met den langen lamfer, en hg wist: dit was voor zijn vader.

En met een schok kwam het tot den ontzetten jongen man. dat het toch de waarheid was, het verschrikkelijk bericht, dat hij eerst niet had kunnen, had willen gelooven ...

Zijn vader dood... zijn stoere, kern-gezonde vader, dien hij in volkomen welzgn verlaten had, — zijn vader dóód... ?

Nu geloofde hij het. En een angst deed hem het hart hoog bonzen in de keel; was het misschien uit verdriet om hèm... dat zgn vader een hartverlamming had gekregen of een hartaderbreuk ... was hij de schuld? ...

Hij jaagde voort naar het groote huis op de Schiekade, waar alle gordijnen voor de vensters waren neer-gelaten. Zoo doodelijk stil en ongenaakbaar lag het groote gebouw, dat hij huiverde. Was dit zgn ouderlgk huis? Het leek hem zoo vreemd .... zoo vreemd ...

Hij wendde zgn paard naar de weide achter het huis, waar de stal was gelegen, steeg af, en knikte zwijgend op de rouw-betuigingen van stal-

Sluiten