Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harde zelfgenoegzaamheid, zijn niets-begrjjpen, van het gevoelig gemoed zijner vrouw, zijn onverzet» telijke, wilskrachtige zelfzucht, haar als 't ware in de armen van dien ander gedreven had... Hij zweeg, en leed om haar, die hij niet helpen kon, — en in hem klonk het aldoor met innig mededoogen: Mijn arme... mijn arme moeder...

Hij legde zijn wang op haar voorhoofd en zeide met innige liefde:

— Ik bewonder u om uw heroïsche moed... Ik zou tot dit besluit nooit in staat zijn geweest...

— Lieve... lieve jongen... zei ze, ach, als ik jou maar behouden mag...

En terwijl zij dit zeide, herinnerde zij zich met schrik het absolute optreden van Claude en Allert, en zij vroeg beschroomd, of zij er wel goed aan had gedaan, deze beiden te ontbieden, vóór hij, Cornelius, aanwezig was... Maar alles, wat hij tot nu had ondervonden, en van zjjn moeder gehoord, beklemde hem zoo verstikkend de keel, dat hij had willen roepen: Ja! het is goed! ik wil hier met niets meer te maken hebben! laat alles in godsnaam gebeuren buiten mjj om!... Maar hjj bedwong zjjn bitterheid, en hjj zei:

— Ja, Moeder, het is goed. Want Vader zou 't zoo hebben gewenscht.

Zij wilde zachtjes betoogen, dat hjj zich toch niet buiten alles mocht houden... maar hij smeekte haar, daarin te berusten. En hij vroeg haar, wat zij dacht te doen... of zij hém misschien het geluk zou gunnen, bij hem te komen inwonen later... Maar zij schudde droevig het hoofd:

Sluiten