Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet meer te zien, haar, de eenige, die hem in het leven volkomen begrepen had...

Hij zwierf om het huis heen, zgn ouderlijk huis, zich zoo verellendigd en eenzaam voelend, als nog nooit in zjjn geheele leven. Hij moest maar aldoor denken aan dat laatste onderhond met haar, toen hij zoo'n zielverterend medelijden met haar had gevoeld ... O, arme ... arme ... hoe moest haar verder leven zjjn geweest, hoe dor, hoe leeg aan vreugde, hoe dóód, al lang vóór haar sterven ...

En eens op een avond ontmoette hij een donkere, gebogen figuur, die daar, in de nabijheid van haar huis even als hjj vertoefde, doorvreten van verlangen en pjjn. Het was Hero Hesseling, maar zóo verouderd, zóo veranderd, dat Cornelius hem eerst in 't geheel niet herkende. Hjj wist, dat Hero Hesseling buitenslands was gegaan, en lange jaren over de geheele wereld had heen-gezworven, ongetwijfeld gemarteld door een smart, die hij nergens ontvluchten kon. Maar Cornelius schrikte nu van diens verworden gelaat, met de door* groefde trekken en den diep-melancholischen blik der, als in doodelijke vermoeidheid half-geloken oogen. En een oogenblik stonden zij zwijgend tegenover elkaar, de twee, die Johanna in het leven het liefste waren geweest, en die nu, in het uiterst oogenblik ver van haar werden verwijderd gehouden. Zg keken elkander aan met een langen, begrijpenden blik; een wonderlijke intuïtie zeide hun, dat de een alles wist van den ander, en aan beiden was het onmogelijk om

Sluiten