Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den conventioneelen schijn van niets-weten, van niets mógen weten, te bewaren ... En Hero vroeg:

— Zij gaat sterven, nietwaar?

— Ja, zei Cornelius dof, zij gaat sterven ...

— Wil je meegaan met mjj naar mijn huis, en daar wat praten... ik ben zoo vervreemd van alles geworden, je kan mij misschien iets vertellen, vroeg Hero, met zijn afgebroken, toonlooze stem.

Cornelius stemde toe, en hij steunde den ouden vriend, die hem opeens zoo na was geworden, en hij voelde, hoe Hero's arm zwaar beefde in den zijne.

Zij zaten een poos-lang zwijgend bijeen. Noch de een, noch de ander kon woorden vinden. Cornelius luisterde naar de langzame, moeilijke ademhaling van den ouden man: hij is ziek... dacht hij, hg is ziek...

En alsof Hero deze gedachte had kunnen hóóren, zeide hij:

— Ik ben ziek. Ja, ik ben ziek, ik zal 't niet lang meer maken. M'n hart is niet in orde... ik verwonder mij er gestadig over, dat ik 't nog zoolang heb uitgehouden. Maar 't is nu toch bijna gedaan... daar dank ik de hemel voor. Ik heb te veel geleden, te lang en te onbegrijpelijk geleden. Ik geloof, dat ik alleen in 't leven gehouden ben door de hoop, door de blinde hoop, dat er nog eenmaal een opheldering zou komen. Die hoop is vergeefsch geweest. Zij ligt nu te sterven, en... de opheldering is niet, is nooit gekomen.

Sluiten