Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij verheugde zich heimelijk op het oogenblik dat hij dit haar zou zeggen. Maar eerst moest de geneesheer alle zorg voor een mogelijk ongunstigen afloop van hem hebben weg-genomen, en daarop wachtte hij.

Hl.

Na het morgen-les-uur met zjjn zoontje had Cornelius Jetje meegenomen op een herfst-wandeling over het landgoed.

Een poosje in de frissche lucht eiken dag was noodig voor haar, beweerde bij, en glimlachend stemde zjj toe.

Druk-pratend liep Cornelius naast haar; hij vertelde haar op zijn joviaal-gulle wjjze, die hij nooit verloren had, van zijn daden en overdenkingen, en rustig luisterde zij toe, nu en dan van haar aandacht blijk gevend door een enkel belangstellend woord.

Cornelius' oogen rustten gaarne op haar; hoezeer zij ook veranderd was, hij zag in haar niet alleen haarzelf, maar ook zijn herinnering aan het lieve, jonge speelnootje zijner zuster. Zij was een rijzige jonge vrouw geworden; haar gezicht had de ronde, weeke lijning der jeugd verloren en den mooi-rooden blos; ook straalden haar oogen niet meer van onstuimigen levenslust; zij had een waardigheid en een ernst gekregen, die haar vroeger niet eigen was, en heel haar wezen, haar houding, haar blik, zelfs haar lach, drukte weemoed uit. Cornelius vond haar zóo, oneindig

Sluiten