Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantrekkelijker dan hij haar vroeger in zijn oppervlakkige verliefdheid vond, waartoe misschien wel bijdroeg het feit, — wat hij immers heel goed wist, — dat Jetje zoo was veranderd door hèm. Zonder dat hij er ooit bewust over dacht, vleide hem dit weten, en ook vleide het hem, dat zij nooit met hem had gebroken. Zij was lang zoo mooi niet als Annemarie, maar zij kon beter met hem praten, omdat hun levenssferen nooit ver uit elkaar geloopen hadden; zij waren opgevoed in dezelfde omstandigheden, hadden altijd in dezelfde kringen verkeerd, omgang gehad met hetzelfde genre van menschen, dezelfde soort lectuur gelezen ... en Annemarie was vóór alles huisvrouw en moeder, niet de geesteljjke kameraad, die hjj zoo in Jetje waardeerde.

Op die morgen-wandelingen in de pittige, frissche herfet-atmosfeer, als de zon warm plekte over het donker-zachte mos, en hun schaduwen gleden over de bruin-dorre blaren, als de witen-blauwe hemel helder stond boven de kleurige pracht der goud-gelooverde boomen, als het zoo stil was in de lanen, waar het gerucht hunner stappen en stemmen verijlde in de klare lucht, sprak Cornelius veel met haar, en vertelde haar in de volle oprechtheid zijner zich altijd graag en gemakkelijk gevende natuur, en in zijn argeloos egoïsme, van zijn leven, zijn teleurstellingen en tegenslagen, zijn gedachten en verlangens... en Jetje hoorde hem aan in een vage verwondering, dat hij zoo spreken kon tegen haar, juist tegen haar, — met tegelijk daaronder het besef, dat

Sluiten