Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meine goldenen Dukaten, Sagt, wo seid Ihr hingerathen? Seid Ihr bei den goldnen Fischlein Die im Bache, froh und munter, Tauchen auf und...

— Cornelius, zei Jetje ernstig, je praat veel te luchthartig over zoo'n serieus onderwerp. Je zou heusch eens wat orde moeten stellen op je zaken, want waar moet dat heen? 't Leven hier op Aechtenskerke verslindt schatten en schatten, waar je niets aan hebt. 't Onderhoud van 't park met de boomgaard en de moestuin kost je veel meer, dan 't je voordeelen aanbrengt. Je moest een rentmeester aanstellen,. die ...

— Och, rentmeesters! net of die je niet van alle kanten bedotten en bestelen!

— Je moet natuurlijk met zorg je keuze doen. Je moet aan Annemarie denken, en aan de*toekomst van je jongens ...

— Die ligt nog ver!... en komt tijd komt raad.

Jetje keek Cornelius vluchtig even aan bij deze oppervlakkige woorden. Ja, oppervlakkig, dat was hij... en altijd geweest... En als zij dit zoo goed besefte, hoe kon het dan, dat zjj steeds zoo innig, zoo innig vanhem had gehouden... ?

Zij wist niet, waardoor de bekoring, die hij altijd op haar uitgeoefend had, veroorzaakt werd... maar hjj hield haar nu eenmaal door de macht van zijn persoonlijkheid aan zich gebonden... en al was de jonge charme, die er van hem uitging, door den tijd én de omstandigheden veel

Sluiten