Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Weet je wat ik zoo triest vind, zei Jetje peinzend voor zich uit starende, — als 'n mensen niet krijgt in z'n leven, wat hij zich heeft gewenscht, dan wordt hij ongelukkig. En als 'n mensen wèl heeft gekregen, wat hij 't meest verlangde, dan ... ? is hij dan tevreden ... ? neen!

— Je doelt op mij, riep hij onstnimig, omdat ik Annemarie heb „gekregen". Ja, dat was eenmaal m'n hoogste wensch, en ik heb er alles voor op 't spel gezet. Maar... Ja, ik had haar lief, dat spreekt vanzelf... maar zou ik dat huwelijk met haar toch zoo hartstochtelijk hebben doorgedreven, als ik niet van alle kanten was tegen-gestreefd ?

Nu had hij het toch gezegd. Het... dat zij niet had willen hooren, en dat zjj toch aldoor, aldoor had voelen komen. Zij had het niet willen hooren ... en toch, nü hjj het had gezegd, klopte het hart haar bonzend-hoog in de keel van een vreugde zoo groot, als zij misschien nog nóóit had gekend ... maar van een vreugde, waarvoor zij bang was, waarvoor zjj zich ... schaamde ...

Hjj lette niet op haar, hij zag niet de veranderde uitdrukking op haar gezicht, vol bitterheid ging hjj voort:

— De tegenstand kwam zoowel van haar familie, als van de mijne. We hebben zelfs moeten wachten met trouwen tot haar meerderjarigheid. En zouden nu al die menschen ongelijk hebben gehad en ik alleen gelijk? Och, 't is de oude geschiedenis. Wat je niet krijgen kan, dat waardeer je 't meest, en watje hebt... dat acht je niet.

Sluiten