Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 't een of ander viool-quartet, b.v. van Pleyel; als dat quartet 'n beetje laat op de avond kwam, werd ik zoolang te slapen gelegd in 'n violoncel-kist, en, kwam ik aan de beurt, dan maakten ze me wakker met een appel, 'n blozende bellefleur... eens op 'n avond sliep ik niet, en hoorde m'n oom 'n concert van Spohr spelen. Dat vond ik zóo prachtig, dat 't me heelemaal overweldigde; ik klom uit de violoncel-kist, en, na m'n oom, begon ik dat concert te spelen. Maar m'n oom interrompeerde me gauw: Dat noem ik brutaal, riep hij, verbeeld jij je, dat je dat kan spelen, jongeheer?

— Jat zei ik, in de onschuld van m'n hart, en wat had ik eigenlijk anders moeten zeggen? Ik verbeeldde 't me immers. Nu, ze begonnen allemaal te lachen, en ik werd die avond plechtig aangenomen als lid van hun muziek-college. En ik had tot dusver alleen mogen meedoen aan gemakkelijke quartetten, als van Cramer of Haydn, maar toen lieten ze me alles spelen, en 't was heel goed voor me, want ze waren streng en onverbiddelijk in hun critiek, en dat is de oorzaak van m'n uitstekende vorming, veel meer dan de dorre lessen, die ik van de goede, oude meester Paulus gehad heb.

Zij dacht erover, hoe hij, als hij niet Cornelius was geweest, de nonchalante, lichtzinnige, vluchtig-levende Cornelius, die zich onmogelijk met zijn heele ziel en wezen aan één ding wijden kon, hoe hu dan een wereld-reputatie had kunnen verwerven, en zij glimlachte weemoedig om het

Sluiten