Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alles nu juist zoo goed en mooi tusschen ons...

— O, God! zuchtte zg, God, help me, help me...

— Ik heb altijd zooveel van je gehouden, m'n lieveling, en nu weet ik, nu heb ik begrepen, hoe onontbeerlijk je voor me bent... 't Is nog niet te laat, we kunnen nog zoo gelukkig zijn ...

— Nooit, zei ze met een diepe stem, nooit, nooit! en zij herhaalde: nooit! nooit! alsof zjj luisterde naar een verre stem, die haar dat woord vóórzei, dat onverbiddelijke woord ...

Hij nam zjjn arm niet van haar weg, en smeekend greep hij haar hand:

— Wees niet zoo hard, m'n eigen, eigen liefste... wees niet zoo hard voor mjj, je wéét 't hoe ik je noodig heb ...

Zij schudde het hoofd. De gedachten woelden haar zoo wild door het hoofd, dat zij ze niet volgen, niet ordenen kon. O! en hjj voelde het niet, hoe hij haar griefde, hoe hij haar beleedigde door zijn woorden, die wèl te laat kwamen, al zeide hjj ook van niet, te laat! te laat!

— Houd je dan niet van me,... vroeg hjj. Je houdt van me, ik weet 't, m'n liefste, m'n liefste ...

— Ja, je weet 't! riep zjj, ten diepste gekwetst en vernederd, maar nu zal 't ook uit zijn voor goed. Ik ben te zwak geweest, om m'n gevoel te verbergen, — maar dat zal ook 't eenige wezen, wat ik heb misdaan... Ik ga hier weg, en nooit zal je me meer zien, nooit zal je meer iets van me hooren ...

— Dat kan je niet meenen! riep hij onstuimig. Dat meen je niet!...

Sluiten