Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ja, zei ze, ik meen 't wel, ik wil niet nog ongelukkiger worden, dan ik al ben, en vooral, ik wil je vrouw niet ongelukkig maken.

Haar starre ernst maakte hem ongerust, maar snel zeide hij:

— Annemarie ? Maar je weet toch...

— Stil! zei ze, met zoo waardigen ernst, dat hij uit ontzag even zweeg. Ik ben de schuld, dat dit is voorgevallen, doordat ik me niet beter heb weten te beheerschen, maar ik zal m'n fout herstellen, door te verdwijnen, voor altijd te verdwijnen uit jullie leven.

— Neem die woorden terug, smeekte hij, en drukte zijn hoofd aan haar borst. Ik kan je niet missen! ik ben niets zonder jou, Jetje, Jetje, ik zal ten onder gaan, als jij me verlaat...

Een verterende zwakte sloop door haar heen, zjj wilde haar arm leggen om zijn dierbaar hoofd, en vertwijfeld steunen: ik heb je lief... ik heb je lief... Maar zij klemde de lippen opeen en sloot de oogen, en balde haar hand tot een vuist... Zij worstelde wanhopig om kracht, zij bad... zij bad met wilde innerlijke woorden in dezen uitersten nood...

En toen zij weer spreken kon, had zjj zich zelf overwonnen.

— Je moet sterk zjjn, zei ze, je moet sterk zijn, om je kinderen, om je vrouw ...

— Ik kan niet, mompelde hij, ik ben niets zonder jou... O, waarom wil je toch niet, we passen zoo goed bij elkaar, we zouden zoo gelukkig zgn ... zoo innig gelukkig...

Sluiten