Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijne Heeren Curatoren, Hoogleeraren, Lectoren en Docenten, Dames en Heeren Studenten dezer Hoogeschool en Gij allen, die deze plechtigheid met Uwe tegenwoordigheid vereert.

Zeer gewaardeerde Toehoorders!

Het schijnt haast een ironie van het noodlot, dat men juist in onzen tijd van sterk verminderde volkswelvaart, telkens van overproductie hoort spreken.

Overproductie toch veronderstelt een te veel aan goederen, terwijl juist allerwegen een nijpend tekort daaraan zich doet gevoelen. Hoe is deze tegenstrijdigheid te verklaren?

Het vraagstuk der overproductie dateert niet van heden. Het heeft reeds meermalen de aandacht der economen getrokken en hunne gedachten beziggehouden. Dat dit echter niet heeft kunnen leiden tot een algemeen juist inzicht in het wezen der overproductie en de wijze waarop zij, indien zij bestaat, moet worden bestreden, is de laatste jaren overtuigend gebleken. Het is daarom, dat ik de vrijmoedigheid heb eenige oogenblikken voor dit niet nieuwe, maar daarom niet minder actueele, onderwerp Uwe aandacht te vragen.

Men kan van overproductie spreken beschouwd van individueel standpunt of van dat van het menschdom in zijn geheel. In elk van beide gevallen heeft het woord een geheel verschillende beteekenis.- Daarom onderscheidt men soms de overproductie in relatieve en absolute overproductie.

Meermalen is er op gewezen, dat absolute overproductie praktisch ondenkbaar is. Voor de voortbrenging in haar geheel zou zij eerst aanwezig zijn, indien de goederenvoorraad zoo groot was, dat de consument dien niet in zijn geheel zou kunnen absorbeeren, zelfs indien hij hem om niet werd aangeboden. Zelfs voor een enkel artikel is zoo iets niet wel denkbaar. Bestond overproductie voor alle goederen, dan zou dat willen zeggen, dat het welvaartstekort geheel was verdwenen.

De absolute overproductie heeft voor het praktische leven geen belang. Wanneer wordt geklaagd over overproductie, be-

Sluiten