Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun wil op te leggen. Aan den producent met lage productiekosten wil men dus verbieden zijn product tegen lagen, maar voor hem nog loonenden prijs te verkoopen teneinde minder bevoorrechte producenten voor den ondergang te behoeden. In Engeland werd zelfs eene staatscommissie belast omtrent deze aangelegenheid rapport uit te brengen. Deze beveelt ingrijpen aan en bespreekt twee middelen om het beoogde doel te bereiken. Het eerste bestaat in eene gedwongen beperking der productie, het andere in eene beperking van den export, maar, daar belemmering van dezen vrijwel hetzelfde beteekent als onmogelijkheid van afzet, houdt ook het tweede middel eigenlijk niet anders in dan een gedwongen productiebeperking ook voor de beter gesitueerde ondernemingen.

Wat van een dergelijken toeleg te denken ? Vast staat, dat hij strekt ten nadeele van den verbruiker, die voortaan meer voor het product zal hebben te betalen, waarschijnlijk zelfs belangrijk meer, daar productiebeperking in den regel lijdt tot verhooging van den kostprijs. Wordt de regeling doorgevoerd, dan zullen dus voortaan minder behoeften bevrediging kunnen vinden, want naar gelang de prijs van een artikel stijgt, valt het buiten het bereik van een steeds grooter deel van het menschdom.

Staan echter tegenover dit nadeel voordeden, welke daar niet alleen tegenop wegen, maar welke grooter zijn dan die nadeelen ?

Wij willen de zaak niet alleen van een individueel standpunt bekijken, maar ook en vooral van een maatschappelijk standpunt.

Dat het voor den aandeelhouder van een zwak staande onderneming voordeel zal opleveren, wanneer door productiebeperking over de geheele wereld de prijs van zijn product zoo zeer stijgt, dat ook de productiekosten der betrokken onderneming daardoor worden gedekt en een marge overblijft voor de uitkeering van eenig dividend, spreek ik geen oogenblik tegen, maar het is mogelijk, dat dit voordeel wordt verkregen ten koste van sterker staande ondernemingen, die nu in hare ontwikkeling worden geremd. Bovendien wordt het voordeel verkregen ten koste van den consument.

Ook als men de zaak van de zijde van een bepaald volk beschouwt, beschouwt men haar van individualistisch standpunt. Het is mogelijk, dat van dat standpunt de beperking voordeel oplevert doordat de producenten in hoofdzaak tot dat volk behooren, terwijl de consumenten behooren tot alle landen der aarde. 1, _ ■'

Wij willen ons echter in hoofdzaak plaatsen op het standpunt van het menschdom in zijn geheel. Is het dan verantwoord den

Sluiten