Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk ik o.a. aantrof in een betoog in Econ. Stat. Berichten van 24 Mei, j.L, blz. 464. De schrijver, daar aan het woord, vreest dat ingeval de voortbrenging niet bij onderling overleg wordt beperkt, de productie nog zal toenemen doordat velen zullen pogen door opvoering der productie tot steeds lageren kostprijs geraken. Maar is dat dan niet juist de meest gewenschte toestand, dat het evenwicht tusschen kostprijs en marktprijs door verlaging van den eersten.wordt hersteld?

Er schijnt mij slechts één geval aanwezig, dat gedwongen beperking der productie theoretisch ook maatschappelijk geoorloofd zou zijn. Het is wanneer het vaststond, dat eene onder consumtie slechts van zoo tijdelijken aard zal 'zijn, dat de voordeelen der lagere prijzen voor den consument door de tijdelijkheid ervan niet zouden opwegen tegen de individueele nadeelen van het tegronde gaan van ondernemingen. Dat eene overproductie in een tak van bedrijf van zoo tijdelijken aard zal zijn, staat echter vrijwel nimmer vast. Dat blijkt ook weder in de tegen woordige kwestie vrn de beperking van de productie van rubber. Terwijl de een, voorstander dier beperking, betoogt, dat binnen eenige jaren de beperking weder kan worden opgeheven, verklaart een ander met even veel beslistheid, dat het tot de onwaarschijnlijkheden behoort, dat binnen afzienbaren tijd de voorraden rubber weder door de consumenten kunnen worden geabsorbeerd. Bij zoodanige onzekerheid omtrent de toekomst schijnt het mij niet geoorloofd de producenten te dwingen tot beperking hunner productie over té gaan.

Dat een deel der producenten er zelfs niet voor terugschrikt daarvoor de hulp der overheid in te roepen bevreemdt na de ondervindingen, welke ons volk de laatste jaren met overheidsbemoeiing op het gebied der productie heeft opgedaan.

Wij zagen boven, dat het mogelijk is, dat men van overproductie spreekt, terwijl de maatschappij te lijden heeft onder een ernstig te kort aan productie. Een vrijwel gelijke begripsverwarring bestaat er op het gebied van de kapitalisatie. Terwijl Europa door belangrijke kapitaalvernietiging lijdt aan ernstige kapitaalbehoefte, wordt tevens geklaagd over over kapitalisatie.

Ook hier is om tot een juist begrip der zaak te komen, noodig, dat men zich beurtelings op een individueel en op een maatschappelijk standpunt plaatst.

Doet men het laatste, dan is niet te ontkennen, dat nieuwe kapitaalvorming een gebiedende eisch is.

Indien men aan de kapitaalsvernietiging in en door den oorlog denkt, moet men daarbij niet alleen zijn gedachten laten gaan

Sluiten