Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE HOUDING VAN DE OVERHEID TEGENOVER DE PROSTITUTIE.

VOORDRACHT VOOR DEN „BOND VAN INSPECTEURS BIJ DE AMSTERDAMSCHE POLITIE" OP 18 JANUARI 1922 DOOR MR. A. DE GRAAF.

Mijne Heer en,

Aan de vereerende uitnoodiging om in Uw midden bovengenoemd onderwerp in te leiden heb ik geen oogenblik geaarzeld te voldoen, niet omdat ik mijzelf daar bijzonder bevoegd of geschikt toe achtte, want het omgekeerde is het geval, ik ben geen man van de praktijk en gij allen zijt mannen van de praktijk, elk in staat mij ieder oogenblik op de vingers te tikken of mij uit te maken voor een onbruikbare idealist, waarmee ik dan gerust naar huis kan gaan, want wat heb je aan die schepsels in het moeilijke harde dagelijksche leven. Ja ik wil U bekennen, ik heb veel over dit onderwerp gesproken en ik heb het altijd een buitengewoon moeilijk onderwerp gevonden, maar nog nimmer heb ik er zoo tegen op gezien hierover te spreken als dezen keer en wel om de bovengenoemde reden. Ik heb het gevoel van te behooren tot die beste stuurlui die aan wal staan en door de schippers te zijn uitgenoodigd om bij hen aan boord nu eens een voordracht te komen houden over het besturen van een schip, niet bepaald opdat zij hem eens duchtig affaire zouden nemen, maar dan toch wel om zijn theoretische meeningen eens te toetsen aan hun ervaringen. Waarom ik dan toch de uitnoodiging aannam, wanneer ik er zoo tegen opzag? Omdat het mij voorkomt zeer noodig te zijn dat die theoretische stuurman aan wal eens instapt in het schip waar de menschen van de praktijk in varen moeten en dat het zeer nuttig is dat die eens met elkaar praten zonder op elkaar neer te zien. Want hoe men het wende of keere, de praktijk kan toch niet zonder de theorie en de theorie kan niet zonder de praktijk. De praktijk kan niet zonder de theorie, omdat mannen van de praktijk eer de neiging hebben te joeken naar voor de hand liggende terstond succes ver-

Sluiten