Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de beschaving ons verlost, maar eer omgekeerd als een verschijnsel dat met de beschaving verschenen is, maar dat men ook terstond en lang vóór het uitbreken van de venerische ziekte (waarschijnlijk in 1493 uit Amerika, anderen zéggen uit de Kruistochten, anderen weer uit Napels, gekomen) heeft trachten te bestrijden, althans binnen bepaalde perken te houden.

Daarbij hebben tot op onzen tijd d.w.z. tot op de helft der negentiende eeuw twee denkbeelden voorgezeten: 1°. men moet de prostitutie tot zekere hoogte erkennen en dulden, maar met kracht zekere excessen of zekere vormen er van weren en 2°. deze beperking of repressie van de prostitutie kan alleen geschieden door het bestraffen van prostituées, dan, wanneer zij zich aan bepaalde voorschriften waaraan men waarde hecht, niet houden.

Deze gedachten gingen dus uit van de grondgedachte dat de prostitutie zelve niet als een kwaad kon worden beschouwd. Zij was onuitroeibaar, daar begon men mee, een volgende, niet zeer logische consequentie (nog thans door velen getrokken) was: ergo is zij onmisbaar en bijgevolg is zij op zich zelve eigenlijk niet een kwaad al mag men het verschijnsel betreuren, in elk geval is zij nuttig; zoo ook zijn de prostituées wel verachtelijk maar toch nuttig en is hij die aan de Maatschappij prostituées verschaft een nuttig bedrijfsman, zoodat er maar één misdrijf overblijft, dat is het zich niet aan de voorschriften houden door de prostituées (want de bordeelhouders wier verlof er geheel van afhangt zullen wel zorgen de Overheid te vriend te houden).

De geheelè strijd tegen de prostitutie kwam dus neer op het straffen van prostituées. En zoo zien wij dan ook vooral gedurende de middeleeuwen en ook in latere eeuwen de wreedste straffen op prostituées toegepast. Dat die straffen niet op mannen werden toegepast, moet dus niet zoozeer worden opgevat als een protectie van de mannen ten nadeele van de vrouwen, neen volgens de geldende opvattingen hadden de mannen die zich aan prostitutie overgaven niets misdreven, althans niet iets dat strafbaar was, en de vrouwen evenmin, zoolang zij maar geen schandaal maakten en zich hielden aan de voorschriften. Hier moet dus alle aandacht op vallen bij de beoordeeling van vroegere tijden in vergelijking met den tegenwoordigen tijd, en daaruit zullen wij moeten opmaken wat wij voor de toekomst wenschen. De sleutel tot de verklaring van iederen maatregel van de Overheid zoeke men in de houding, die deze tegenover de prostitutie aanneemt, en die houding is weer een gevolg van de algemeene waardeering van de prostitutie in een bepaald tijdperk. Die houding was, ik herhaal het, tot in de

Sluiten