Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Zitten wij dan niet in het moeras? Overdrijft Brusse dan in zijn vreeselijke beschrijvingen en de heer Lucas, zijn hun klachten ongegrond? Neen, zeer stellig niet. Wij klagen met hen mee en alarmeerden reeds jaren geleden, toen velen het nog niet geloofden over de schrikbarende toename der kinderprostitutie. En de toestanden op straat en in de koffiehuizen en restaurants om het Rembrandtsplein in Amsterdam en de toestanden in den Haag en in Rotterdam en in Utrecht, de cabarets en de bioscopen. Maar niemand klaagt harder dan wij, omdat wij op alle wijzen in ons werk met de slachtoffers in aanraking komen.

Laten wij dan de vraag onder de oogen zien wat er gebeuren moet. Allereerst, kan de wetgever, kan de Overheid helpen? Moet de wet van 1911 veranderd worden of wellicht aangevuld?

Teruggaan naar de oude toestanden, ik geloof niet dat er velen zijn die het wenschen, ik geloof ook niet dat wij zouden kunnen, al wilden wij het. Maar is er dan niets anders te doen? Nu staat de politie vrijwel machteloos. En dan wijst men vooral op Amerika, de neo-reglementeering of hoe men het stelsel noemen wil.

Vóór dit onder de oogen te zien zou ik eerst nog eens gaarne trachten te formuleeren hoe de opvatting van onze wet, krachtens de wet van 1911, thans is. Die opvatting komt geheel overeen met die welke de ideale, de meest zuivere, zoowel uit streng juridisch als uit philosophisch en uit medisch standpunt, is genoemd op de internationale congressen tegen den vrouwenhandel te Madrid in 1910 en te Londen in 1913, na een strijd van 14 jaar.

De opvatting is deze:

De wet bepaalt wat recht is, bepaalt wat schending van het recht is, bedreigt die schending van het recht met straffen. De wet beschermt dus het recht, dwingt tot eerbiediging van het recht. De wet dwingt niet tot eerbiediging van de eischen der moraal, tot eerbiediging van de tien geboden, dit laat de wetgever over aan de Maatschappij die daarvoor andere organen heeft: de Kerk, Vereenigingen, de publieke opinie, het gezin. Zoo bedreigt de wet niet met straf iemand die liegt, al zal ieder dit afkeuren. Toch kent iedere strafwet zededelicten, en zoo ook zijn er vormen van liegen, b.v. de meineed of de laster, die wel strafbaar zijn. Waar is de grens? Zooals iedere grens is ook deze moeilijk precies aan te geven, terwijl toch ieder weet dat zij bestaat. Men kan dus slechts trachten bij benadering de juiste uitdrukking daarvoor te vinden. Het recht houdt de openbare orde in stand. De wet bepaalt wat recht is en

Sluiten