Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

socioloog Henri Joly, een geloovig R.-Catholiek op het congres te Madrid in 1910, toen ik een strafwetartikel als 250W* voorstelde, uitriep: „maar gij wilt de bordeelhouders toch niet als gewone koppelaars gaan straffen!"), wat deze wet in die jaren heeft uitgewerkt; maar de grondslag, nog altijd komt het mij voor dat hij volkomen zuiver is gedacht.

Het is wel nuttig en belangrijk, maar het lijkt mij niet zoo gemakkelijk na te gaan wat de wet van 1911 heeft uitgewerkt en nog moeilijker, ja geheel onmogelijk komt het mij voor naar de gegevens de werking dezer wet te beoordeelen en wel om de volgende redenen. Het is zeer gemakkelijk te constateeren dat wat men noemt de clandestiene prostitutie (een naam die na 1911 geen zin meer heeft, want na afschaffing der officieele prostitutie is alle prostitutie clandestien, dus behoeft men dat niet meer te zeggen, stel u voor dat men sprak van clandestiene diefstal) dat de prostitutie / is toegenomen, maar het zal niet gemakkelijk zijn aan te toonen dat de wet van 1911 daar de oorzaak van is, wat door velen grifweg zonder bewijs wordt beweerd, omdat, ik herhaal het, ook in landen en steden waar de bordeelen nog in eere zijn de clandestiene prostitutie in en na de oorlogsjaren niet minder is toegenomen.

Ten tweede is moeilijk na te gaan de werking van een wet die zoo slap wordt toegepast als deze. Het is toch duidelijk dat als vele processen-verbaal worden geseponeerd, de ijver van de politie om op grond van genoemd artikel proces-verbaal op te maken verflauwt. Wat de werking van de wet ook zeer belemmert en wat toch maar een omstandigheid van zuiver practischen aard is, is de groote moeilijkheid om-te bewijzen dat „beroepsmatig", en „om winst" gelegenheid wordt gegeven tot het plegen van ontucht, en ten slotte ook de merkwaardige verandering in de publieke opinie, waardoor het posten van de politie voor een bordeel, wat in de eerste jaren van de Amsterdamsche gemeenteverordening het bedrijf zeer spoedig in den grond werkte, omdat menschen die een bordeel bezochten niet door de politie gezien wilden worden (en in Utrecht had deze maatregel verleden jaar nog die uitwerking), thans in Amsterdam niet meer baat en zelfs eenmaal een bedankje van de bordeelhoudster yoor de veilige bewaking uitlokte.

En de derde reden waarom het mij zeer moeilijk lijkt een wet tegen de prostitutie naar haar succes te beoordeelen is, dat men van te voren weet dat zulk een wet nooit veel succes zal hebben, omdat niet één bestrijdingsmiddel van de prostitutie heel veel succes belooft, maar onder die middelen de strafrechterlijke en

Sluiten