Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ook al mochten werkelijk krachtige maatregelen op al deze terreinen genomen worden, dan zijn wij er nog lang niet, zoolang niet de losbandigheid en de ontucht en de verwildering in alle kringen bestreden wordt. Maar dit ligt op den weg van de Maatschappij: de Kerk, Vereenigingen, het gezin, wij allen. Allen kunnen meedoen, door te helpen afbreken wat niet deugt, niet te steunen wat minderwaardig is, wèl te steunen al wat krachtiger maakt, het gezinsleven te bevorderen, aan de kinderen een gezond en vroolijk en ernstig tehuis te bezorgen, door een zuivere athmospheer op de scholen te scheppen, door te helpen de smaak te verbeteren, liefde voor echte kunst te kweeken, niet mee te heulen met wankunst, sensatiejacht en wanlitteratuur, die niet anders zijn dan geldmakerij ten koste van de kinderen, dus een vorm van kinderexploitatie die een niet te schatten verderfeüjken invloed heeft, (waarbij de politie veel steun kan verleenen, o. a. door met ernst de kinderen beneden de 16 jaar of 18 jaar te weren uit bioscopen, waar niet goedgekeurde films worden vertoond) ten slotte, door wat ik het allerbelangrijkst acht, de grootste moreele kracht, door het versterken van den godsdienstzin. Echte gezonde diepe vroomheid verjaagt al die nagemaakte vooze zieke schijnvroolijkheid, die opwindingskoorts en brengt echte, inwendige rustige, onbezorgde vroolijkheid, liefde voor wat werkelijk schoon is. De geheele strijd gaat tegen de „Ersatz" op elk gebied, het bedrog.

Mijne Heeren, ik eindig. Nieuwe afdoende maatregelen tot spoedige beteugeling en onderdrukking van de prostitutie, gij hebt ze niet van mij vernomen, ik geloof er niet aan, en ik vrees ze. Wel geloof ik aan de kracht van een goede juist gedachte wetgeving, die op een zuiveren rechtsbodem staat. Ook geloof ik in den steun van een Overheid en van een politie die door deze wetgeving eindelijk in een juiste houding tegenover de prostitutie is komen te staan en die den ernstigen wensch koestert deze wet naar haar beste krachten nu ook uit te voeren in den geest van den wetgever. En ik geloof in den steun van ons allen, ieder op zijn terrein, al is het in nog zoo geringe mate. Wanneer deze avond er iets toe mocht hebben bijgedragen om ons nog meer in dit moeilijke vraagstuk te verdiepen en elk mee te doen, al was het op indirecte en zelfs op negatieve wijze, aan de bestrijding van een van de vreeselijkste plagen in deze wereld, die haar slachtoffers bij duizenden telt, dan zou de inleider voldaan zijn.

Utrecht, Januari 1922.

Sluiten