Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er moeten derhalve eenheidswoningen en een heidsperceelen worden ontworpen, teneinde tijdsbesparing in de voorbereiding van hetgeen gebouwd moet worden te bereiken. Door zulks in eenmaal te doen, is slechts particularisme te weren, en zal het ook mogelijk zijn de bewerking der onderdeden in massa te organiseeren.

Er moeten enkele objecten in plannen worden vastgesteld om omvang en aard van het benoodigd en aanwezig materiaal te kunnen overzien en te kunnen toetsen, dus het gebruik ervan te kunnen vaststellen en voor te schrijven.

Kortom er moeten normaaltypen en normaalonderdeelen worden gekozen om de voorziening in massa aan te kunnen.

Vooropgesteld wordt dus mijnerzijds de mogelijkheid een goede woning te ontwerpen, die bruikbaar is in elk deel van het land.

Voor arbeiderswoningen van het eenvoudigste soort, de eenvoudigste eengezinswoning, zal die mogelijkheid wel niet betwist worden. Want al schuift en wringt elk architect c.q. elke bouwer, elke woningbouwvereniging en elke woning-autoriteit nog wat aan de indeeling, de grootte van den plattegrond toont steeds hetzelfde minimumkarakter, ik zou haast willen zeggen dezelfde eentonigheid. Hier heeft de minimumbehoefte het minimumtype geschapen en wordt de eenvormigheid enkel nog in de wijze van opbouw ontgaan.

Intusschen, in dien opbouw blijft, zooals nader blijken zal, nog voldoende variatie in kleur over en verder kan de eentonigheid bij veelvoudige aanwending van een „goed", hoewel dan uniform, type worden ontgaan, dus aesthetisch worden overwonnen, door en middels de groepeering, de plaatsing in de ruimte en ten opzichte van elkaar, in de grondsilhouetten; waardoor de opbouw der gezamentlijke en saamgestelde eenheden tot een goed werk, een goed stads- of dorpsdeel met voldoende afwisseling door de projectie der straten kan worden verkregen. Dit wordt in het nieuwe vraagstuk de voornaamste taak van den plaatselijken architect.

Voor die arbeiderswoning is het normaaltype dus zonder meer vast te stellen en mocht dit voor de provincieplaatsen boven het daar nog gevonden minimum der fabrieksarbeiderswoning (of ook landarbeiderswoning) uitgaan, dan wordt met de doorgevoerde toepassing ervan en vooral door de oprichting in massa, aldaar het woningniveau met één slag verbeterd.

Dat een plaatselijke Bouwverordening een dergelijke goede, hoewel dan minimum-woning niet zou toelaten; er bestaat m.i. al zeer

Sluiten