Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE AESTHRTICA IN HET SYSTEEM VAN HEGEL EN BOLLAND

door

Ir. H. L. VERNHOUT.

In de eerste aflevering van den elfden jaargang van dit tijdschrift heb ik trachten aan te toonen, in hoeverre Hegel en Bolland door het panlogisme te kort zijn geschoten in hunne beoordeeling van den practischen geest in verband met de natuurleer en de logica : Het logische denken, dat slechts één der vormen van den concreten geest is, wordt door hen met het absolute gelijk gesteld, zoodat het logische absoluut en het absolute logisch worden gemaakt. De ontwikkeling der natuurkategorieën berust op de dwaling, dat voortbrengselen van den oeconomischen vorm des geestes gelijk worden gesteld met kategorieèn, d.w.z. dat abstracties en leege algemeene voorstellingen, in één woord schemata, dezelfde waarde verkrijgen als werkzame functies van den geest.

Uit het volgende zal blijken, dat ook de aesthetische werkzaamheid des geestes door dit panlogisme niet tot haar recht komt, doordat deze vorm als iets voorbijgaands afsterft. Daar de kunst bij Hegel door haren vorm tot een bepaalden inhoud beperkt blijft, en „slechts een zeker gebied en een zekere trap der waarheid geschikt

Sluiten