Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn tot „hoogere" vormen van het denken en dat de kunst niet sterft, evenmin als het te voorschijn komen van den geest uit de „natuur", het sterven van deze „natuur" met zich meebrengt. Hegel, zoo kan men ook zeggen, heeft met het verleden (Vergangenes) bedoeld, dat de kunst een bestaansvoorwaarde uitmaakt voor de philosophie, een noodzakelijke doorgangsphase van het bewustzijn, welke niet te ontberen is, terwijl zij daarbij „aufgehoben" (bewaard en opgeheven) is, — zoodat het ongegrond is te beweren, dat de philosophie haar grafschrift schrijft.

Croce's verwijt zou inderdaad onbillijk zijn, indien in Hegels systeem de kunst werkelijk als iets positiefs kon worden beschouwd. Niettegenstaande Hegel haar een positieve waarde had willen toekennen, vat hij haar, zonderling genoeg, op als iets negatiefs, waartegenover de philosophie alleen het positieve is, dat stand houdt. Aangezien hij de kunst in zijn systeem gelijkstelt met een gebrekkige of onvoldoende religie, die niet den geest Gods, maar de gestalte Gods voor de aanschouwing brengt1), waarbij hij dan ook van kunstreligie kon spreken 2), aangezien hij verder de religie als een gebrekkige philosophie beschouwt, — zoo volgt hieruit, dat de kunst zelve als onontwikkelde philosophie het moet afleggen tegen de ware religie, die philosophie is 3). De kunst als „verzinnelijkte voorstelling van het goddelijke" 4) kan het Absolute, dat in zijn

1) Phil. der Gesch. Reclam. S. 90.

2) „... in Griechenland ist die Kunst der höchste Ausdruck für das Absolute gewesen, und die griechische Religion ist die Religion der Kunst selber". (W. W. W, 2, 17).

3) „Die Religion is der Ort, wo ein Volk zich die Definition dessen gibt, was es für das Wahre halt". (Phil. der Gesch. Reclam, S. 91). — „Die Philosophie denkt, begreift, was die Religion als Gegenstand des Bewusstseins voorstelt, es sei als Werk der Phantasie oder als geschichtliehe Existenz". (W. W. 13, 92). „Die Philosophie hat mit Kunst und Religion denselben Inhalt, aber sie ist die höchste Weise, die absolute Idee zu erfassen, weil ihre Weise der Begriff ist." (W. W. 5, 318).

4) W. W. 102, if 132.

Sluiten