Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle waarheid slechts door het orgaan der wijsbegeerte kan begrepen worden, slechts op gebrekkige wijze kennen. In de 'klassieke' kunst der Grieken werd dit Absolute, volgens Hegel, zinnelijk in de beelden der goden vereerd. „Wij zijn er over heen, werken der kunst goddelijk te vereeren en ze te kunnen aanbidden ; de indruk, dien zij maken, is van meer bezonnen aard, en wat door hen in ons wordt opgewekt, heeft nog een hoogeren toetssteen noodig en moet op andere wijze worden bewaarheid" 1). Hegel richt zich hier niet tegen de Grieksche dwaling, zoo zij bestaan heeft, die de kunst tot het orgaan heeft gemaakt, waarmede men het Absolute meende te kunnen benaderen, maar vat de kunst zelve op als de functie, die het Absolute verkeerdelijk kent. Tegen deze dwaling, tegen deze kunst „heeft het denken zich reeds vroegtijdig gekeerd: bij de Joden en Mohammedanen b.v., ja, bij de Grieken zelf, zooals Plato reeds sterk genoeg de goden van Homerus en Hesiodus bestrijdt. Bij de voortschrijdende ontwikkeling treedt bij ieder volk een

tijd op, waarin de kunst boven zichzelve uitwijst Op deze

wijze bestaat het daarna der kunst daarin, dat in den geest de behoefte woont, in zijn eigen binnenste als den

waren vorm voor de waarheid, bevrediging te vinden

Men kan wel hopen, dat de kunst steeds meer stijgen en zich volmaken zal, maar hare vorm heeft opgehouden, de hoogste behoefte des geestes te zijn. Al mogen wij de Grieksche godenbeelden nog zoo voortreffelijk vinden en God den Vader, Christus, Maria nog zoo waardig en volmaakt uitgebeeld zien, het helpt niets, onze knie buigen wij toch niet meer" 2).

Daar Hegel derhalve de kunst gelijkstelt met de dwaling, die met het orgaan der kunst het Absolute wil kennen, welke dwaling wij het „aesthetisme" zouden kunnen noemen, maakt hij haar tot een slechte philosophie, en vervalt dus in het „panlogisme", omdat hij

1) W. w. 102, 1, 14.

2) W.W. 102, yt 132. Bolland: Le culte du beau is het heidendom der hoogere geestelijkheid. Vgl. Z. R.2 blz. 5 v.

Sluiten