Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon zij niet gebracht worden1), onder den absoluten vorm van het logische moet zij dus komen als een der „lagere" vormen van den absoluten geest. Louter schijn of omhulsel is zij niet, zij is daarom verschijning der Idee: het zinnenelijk schijnen der Idee. De waarheid (Idee), die in de philosophie als zoodanig wordt gedacht, wordt in de kunst op zinnelijke wijze aanschouwd, echter niet als waarheid, maar als het schoone : „Waar is de Idee, zooals zij als Idee volgens haar op-zichzelf-zijn en algemeen beginsel is en als zoodanig gedacht wordt. Dan is niet haar zinnelijk en uiterlijk bestaan, maar hierin alleen de algemeene Idee voor het denken. Maar de Idee moet zich ook uiterlijk realiseeren en een bepaald aanwezig bestaan als natuurlijke en geestelijke objectiviteit verkrijgen. Het ware, dat als zoodanig is, bestaat ook, en doordat het nu in dit zijn uiterlijk aanzijn onmiddellijk voor het bewustzijn is en het begrip onmiddelüjk in eenheid blijft met zijne uiterlijke verschijning, is de Idee niet alleen waar, maar schoon. Het schoone bepaalt zich daardoor als het zinnelijke schijnen der Idee 2).

Dit spookachtig karakter der kunst of het schoone zou niet verschenen zijn, indien Hegel een duideüjk begrip had gehad van de beteekenis der drie termen : aanschouwing, voorstelling en phantasie, die als identiek te beschouwen zijn, en in werkelijkheid hetzelfde begrip uitdrukken : den aesthetischen geest. Toch nadert Hegel soms zeer dicht tot deze opvatting, hoewel hij voor deze functie niet die drie termen, als identiteit beschouwd, kon aanwenden, omdat hij daaronder heel wat anders verstond, zooals later blijken zal.

Onder phantasie (voorstelling = aanschouwing of intuïtie) moet worden verstaan een intelligentie, een scheppend denken, dat evenwel niet het algemeene, het zuivere begrip, voortbrengt zooals bij logische denkers,

1) Zij is in het systeem niet hedonistisch, niet utilistisch, niet didactisch, niet moraliseerend.

2) W. W. 102, I. 141.

Sluiten