Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar het enkele, het individueele tot uitdrukking laat komen

Dat de dichter of schilder logisch denken moet, volgt uit het feit, dat hij mensch is, d.w.z. niet verstoken van de autonome vormen des geestes. Zoo kan dus de dichter, door zijn logisch denken geleid, het onderscheid beseffen tusschen een moreele en een nuttige handeling en zijne personen zóó kiezen, dat zij bepaalde moreele handelingen volbrengen. IMf

Het scheppen van zijn kunstwerk is evenwel scherp te onderscheiden van zijn logisch denken. Het kunstwerk behoort dan niet beoordeeld te worden uit een oogpunt van moraliteit, al komt de algemeene vorm van het moreele willen verenkeld tot uitdrukking. De algemeenheid, het universeele, kan wel in het kunstwerk aanwezig zijn, maarniet als schijn der Idee. Die Idee is werkzaam geweest in den kunstenaar — als logisch denkend wezen —, die hier wel tc onderscheiden is van den philosoof, die logisch denkt over zuivere begrippen. De vorm des geestes, de kunstzin of aesthetische geestelijkheid van den kunstenaar, die zijn kunstwerk als intuïtie tot uitdrukking brengt, zijn innerlijkheid veruitwendigt of vertolkt, is een geheel andere dan zijn logisch denken. De dichter, die zijn held philosophische spreuken laat zeggen, heeft zijn gedicht daarom niet tot een philosophische verhandeling gemaakt.

Deze spreuken en gezegden zijn als het karakteristieke van den hoofdpersoon te beschouwen en het geheel draagt niet het karakter der algemeenheid, maar dat der bijzonderheid en enkelheid. Evenzoo blijft een philosophisch werk zijn karakter van algemeenheid behouden, ondanks de beelden, die daarin voorkomen, en den schoonen vorm der uitdrukking. Dat een schrijver, die verbeteringen op sociaal gebied voorstaat, uit practische overwegingen, daartoe den vorm van een roman of tooneelstuk kiest, omdat zijn ideeën op die wijze beter ingang zullen

1) Vgl. boven blz. 334.

Sluiten