Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij laat b.v. een persoon in zijn gedicht handelend optreden, die de eigene wenschen des dichters verwerkelijkt. Hij weet zelf nog niet of die gemoedsgesteldheid een onredelijke wensch, een hartstochtelijke neiging of een egoïstisch verlangen is. Hij drukt uit, wat hem bezielde en geeft daarvan slechts een aanschouwing in zijn kunstwerk. Wanneer hij eenigen tijd later over dien zielstoestand gaat nadenken, dan ontwaart hij eerst de waarheid en ontdekt dan b.v. dat hij een onredelijken wensch heeft gehad, die gelukkig niet tot handeling is overgegaan. Dan heeft hij niet meer een voorstelling, maar een oordeel uitgesproken en in dit oordeel is onderscheid tusschen subject en praedicaat. Het subject is de bepaalde gemoedstoestand, het praedicaat is een logisch begrip : onredelijke wensch, egoïstisch verlangen. In de aanschouwing of voorstelling zelf was er dus nog geen onderscheid tusschen subject en praedicaat. Zij is zuivere intuïtie, is individueel. Het oordeel echter is een individueel oordeel of waarneming: dit ding heeft die of die eigenschap ; deze enkelheid is van die of die algemeenheid. Slechts in dit individueele oordeel is onderscheid tusschen subject en praedicaat. Indien men bij een zekere intuïtie toch onderscheid wil maken tusschen subject en praedicaat, dan moet men zich plaatsen op het standpunt van den grammaticus, die practisch te werk gaat. De dichter zelf geeft bij het maken van zijn gedicht slechts een individueel, subjectief feit. Hij is lyrisch.

Gaan we nu na, waarom Hegel den aesthetischen geest of de intuïtie (aanschouwing = voorstelling = phantasie) niet met deze termen kon uitdrukken :

1. Hoewel Hegel aan den eenen kant wel begreep, dat zijne opvatting van het begrip „aanschouwing" veel armer is dan de kunstzin, brengt hij haar bij zijne poging, om haar van het zinnelijke bewustzijn te onderscheiden, toch in verband met de kunst en zegt van de aanschouwing dat zij een „door de zekerheid der rede vervuld bewustzijn is, welks object bepaald is door het redeüjke en bijgevolg niet is een op verschillende wijzen uit elkaar gevallen

Sluiten