Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d.w.z. een |abstracte uiterlijkheid, en door deze diè algemeenheid, welke het uiterlijke onmiddelüjk ten deel kan vallen, n.1. eene nog geheele formeele, inhoudlooze algemeenheid. De vorm van het begrip valt echter in deze abstracte uiterlijkheid zelf uiteen. Deze laatste heeft derhalve den dubbelen vorm van ruimte en tijd. De gevoelens worden dus door de aanschouwing ruimtelijk en tijdelijk gesteld (gesetzt)"

Voor Hegel echter zijn deze vormen van ruimte en tijd niet slechts subjectief. De dingen zelf zijn in werkelijkheid ruimtelijk en tijdelijk en dien dubbelen vorm van het buiten-elkaar zijn verkrijgen zij niet eenzijdig door de aanschouwing, maar deze is hun door den op zichzelf zijnden oneindigen geest, door de scheppende eeuwige Idee reeds van te voren ingeschapen. Deze bewering doet hij echter dadelijk daarop te niet, door te zeggen, „dat ruimte en tijd hoogst armelijke en oppervlakkige bepalingen zijn, en dat derhalve de dingen aan deze vormen zeer weinig hebben, zoodat zij door het verlies daarvan, ware dit mogelijk, zeer weinig zouden missen (!).,Het kennende denken houdt zich met deze vormen niet op, het vat de dingen in hunne begrippen op, die ruimte en tijd als opgeheven in zich bevatten. Evenals in de uitwendige natuur ruimte en tijd door de dialectiek van het begrip, die in hen immanent is, zichzelve tot „materie" als hun waarheid, opheffen, zoo is de vrije intelligentie de voor-zich-zijnde dialectiek der vormen van het onmiddelhjke buiten-elkaarzijn" 2).

De aanschouwing wordt dus opgevat als de voorbereidster van het kennen en in de eerste plaats van het voorstellen, omdat in de voorstelling het besef ontstaat, dat ik het ben, die de aanschouwing heb, m.a.w. dat ik het ben, die het object voortbreng : „Dat het object het karakter van „het mijne" heeft, dat is in de aanschouwing slechts in aanleg (an sich) aanwezig en wordt eerst in de

1) Ene. § 448 Zus. (ed. Boll. blz. 944).

2) Ene. § 448 Zus. (ed. Boll. blz. 945).

Sluiten