Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan hij zeggen wil, dat het goed is, zonder dat hij het verzwelgt, zonder dat hij het verbruikt, om het te gebruiken, openbaart hij eene belangelooze belangstelling, een gewaarwording van nut in oneetbaarheid, ondrinkbaarheid en onbruikbaarheid, die van de gezochte doelmatigheid een doellooze doelmatigheid maakt, zoo zoekt de menschelijke geest belangeloos belangstellend de doellooze doelmatigheid, — om te beginnen in natuurlijke onmiddellijkheid van gevoel" 1).

„Wie naar schoonheid vraagt en naar niets meer vraagt, vraagt bij wijze van belangelooze belangstelling voor doellooze doelmatigheid naar bevredigende waarneembaarheid" 2).

Deze overgang van het nuttige, dat voor Bolland echter alleen schijnt te bestaan in eten en drinken, enz., is evenwel een verblijven binnen het gebied van het oeconomische denken. Het wiskundige en natuurwetenschappelijke denken is ook oeconomisch denken, zonder dat men bij de vormen der abstracte hulpvoorstellingen op bevrediging van het „bruikbare" uit is. Vat men nu het „nuttelooze" op in den zin, dien Bolland eraan geeft, dan is dit nuttelooze nuttige b.v. een natuurwetenschappelijke hulpvoorstelling, zooals o.m. aether. De natuurgeleerde openbaart dus een belanglooze belangstelling, d.w.z. eene gewaarwording van oneetbare, ondrinkbare en onbruikbare nuttigheid, hoewel hij steeds de doelmatigheid op het oog heeft. Doordat Bolland zich echter geheel en al wil ontslaan van het oeconomische denken, dat steeds een bepaald doel heeft, ontstaat bij hem de dwaling, dat er een „doellooze doelmatigheid" is, die slechts als een metaphoor kan dienst doen voor een doel, dat niet een ' eetbaar, enz. doel is. Het oeconomische denken is een universeele vorm, die zich in elke bijzonderheid verwerkelijkt, zoodat Bollands overgang tot de doellooze doelmatigheid slechts een dichterrijke uiting kan genoemd

1) Zuivere Rede2. Aesth. Geestelijkheid § 4, blz. 607.

2) Ibid. § 7, blz. 609-610.

Sluiten