Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden van den een en bijzonderen vorm van het doel tot den anderen en er dus, philosophisch beschouwd, geen overgang is. De bevredigende waarneembaarheid is verder niet te denken zonder een doel, en zoo is dus Bollands aesthetische idee, die de idee is der (bevredigende) waarneming1) een zuiver oeconomische gedachte, die van het „schoone" object een schijn maakt, d.w.z. een algemeene voorstelling, een abstractie, een symbool der Idee. Dat dit zoo is kan blijken uit zijn „In den Voorhof der Schoonheid" z), waar hij zich de vraag stelt, hoe men in de leer van de samenleving langs lijnen van geleidelijkheid komt in de leer van het schoone en de kunst. De idee van den staat bevredigt ons niet, omdat wij daarbij te denken hebben aan de „slechte oneindigheid, het type van wat niet bevredigt", omdat staten ontstaan en vergaan, weer opkomen en ten ondergaan enz. enz., omdat we komen „tot het besef van een maatschappelijke rusteloosheid, waarin wij geen ... rust vinden" en onze geest in alle wisseling wat anders zoekt en tot zichzelf wil komen aan wat anders, dat niet zoo eenvoudig, eindeloos overgaat in wat anders, maar het wezen blijkt van datgene, waar hij voorloopig bij kan blijven 3). Dit vinden wij dan in de idee der schoonheid, die onontbeerlijk is, want zij is onvermijdelijk, zooals wel blijkt, wanneer men te midden van de slechte oneindigheid der elkaar bepalende en verkeerende en opvolgende staten eens vraagt naar het blijvende daarin, het eene, dat we als het rustige en rustgevende zouden willen gewaarworden4). De Staat nu concentreert zich zeer natuurlijk in een gestalte, in een figuur, waarin de géést om zoo te zeggen van dien staat, waaraan de geest van 'den' staat, dan belichaamd wordt5). „We zien tegenwoordig veel prenten met 'Germania' of de Nederlandsche Maagd. En wat wordt met zoo'n Nederlandsche Maagd

1) Ibid. § 8, blz. 611.

2) Zuivere Rede2, blz. 585 v.

3) lbid. blz. 587.

4) Ibid. blz. 588.

5) Ibid. blz. 592.

Sluiten