Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoerahgroep is de bevrijding uit de macht der aandoeningen, die thans vertolkt worden. Dit zijn uitingen van den aesthetischen geest, voorbeelden *) van zijn verschijnen, bijzonderheden van den algemeenen vorm des geestes, die aanschouwing-uitdrukking is. Daar deze vorm als autonome eeuwige vorm des geestes reeds aanwezig is, heeft de dialectische overgang slechts de beteekenis van het geven van een voorbeeld, dat die vorm er inderdaad is. Door dien overgang krijgt men geen begrip van dien vorm zelf en het beeld, het symbool der staatseenheid is het produkt van den practischen geest, van de neiging om de Idee te objectiveeren. Bollands dialectische overgang is een empirische handelwijze, die aantoont dat er aesthetische uitdrukkingen zijn, en de persoon van den vorst, die uit oeconomische redenen van staatsbelang in het leven geroepen is 2) en in stand gehouden wordt, is slechts een aanknoopingspunt, om het te hebben over den aesthetischen geest, die zich bij geval uiten kan bij den aanblik of bij de gedachte aan den vorst: een geheel willekeurige overgang 3).

Deze empirie van Bolland komt ook voor den dag in de dialectische afleiding der bijzondere kunsten : In elk der kunsten is het universeele beginsel steeds werkzaam en een classificatie der kunsten in ruimtelijke en tijdelijke, in het komische en tragische genre, enz., heeft slechts een practisch nut, terwijl men daarbij slechts let op de middelen der physische mededeeling en vastlegging van de eigenlijke kunstuiting, die daaraan vooraf ging : de schoone uitdrukking-aanschouwing.

1) „Het stellen van voor- en toonbeelden is „erg natuurlijk", zegt Bolland, (Z. R2. blz. 590).

2) Hegel: „In einer wohlgeordneten Monarchie kommt dem Gesetze allein die objectieve Seite zu, welchem der Monarch nur das subjectieve „Ich will" hinzuzusetzen hat. (Phil. d. Rechts, § 280 zus.). Zonder monarch is de staat nog niet volledig ontwikkeld en niet goed geconstrueerd. (Ibid.).

3) Evengoed zou de oorlog een geschikt aanknoopingspunt kunnen zijn. In Duitschland zijn, volgens „Das litterarische Echo" in Augustus 1914 dagelijks 50.000 gedichten gemaakt. (Zie „Haagsche Post", 16 Juni 1917 blz. 646).

Sluiten