Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt voor zooverre zij philosophie is, zoo ook weerspreekt de kunst zich niet voor zooverre zij kunst is ; en iedereen kent de algeheele bevrediging, die het volle en onverstoorde genot, dat ons een kunstwerk schenkt

De individueele geest gaat van kunst over tot philosophie en gaat weer terug van philosphie op kunst, op dezelfde wijze, als waarop hij van den eenen vorm tot den anderen overgaat, of van het eene probleem tot het andere der philosophie : d.w.z. -niet door intrinsieke tegenstrijdigheden bij elk dezer vormen in hare distinctie, maar door de tegenstrijdigheid zelf, die intrinsiek is aan het reëele, dat „worden" is ; en de universeele geest gaat over van a tot b, van b tot a, door geen andere noodzakelijkheid dan die van hare eeuwige natuur, die kunst- en philosophie-zijn in eenen is, theorie en practijk, of hoe men het ook anders bepale. Zóó waar is dit, dat, indien deze ideale overgang voortgestuwd werd door de tegenstrijdigheid, die intrinsiek zich zou openbaren bij een bepaalden graad, het verder niet meer mogelijk zou zijn terug te keeren tot dien graad, die als tegenstrijdig is erkend 2) : er op terugkeeren zou zijn een degeneratie of een achteruitgang. En wie zou ooit de aesthetische contemplatie

1) „In het philosopheeren over het schoone en de kunst gaat het om de vraag, wat de mensch in z'n leven heeft aan de kunst als zoodanig, wat voor ons de schoonheid en de verhevenheid, het tragische en komische en de humor hebben te beteekenen, wat men te verstaan heeft onder~kunstphases, wat men zal hebben als levensfactoren aan bouwstijl en beeldhouwkunst en schilderkunst, aan toonkunst, gebarenspel en poëzie. Anders gezegd, het gaat om de vraag wat de kunst is niet alleen voor den beoefenaar van het vak, maar in het algemeen als een zijde aan het veeleenige menschelijke leven". (Bolland, (Z. R.2 blz. 1062). Dit is echter philographie en geen philosophie en zij geeft ons geen inzicht in het begrip „kunst".

2) Bolland: „In den schoonheidszin openbaart zich de geest van het 'hoogere' op de wijze van onmiddellijkheid en onontwikkelde voorloopigheid". „De dichtkunst is de geestelijkste der kunsten. Doch zij is kinderlijk geestelijk; de dichterlijkheid is hoogere onontwikkeldheid, onnoozel blijvende wijsgeerigheid". (Z. R.2: Geest der Wijsheid, no. 853; Aesth. Geestelijkh. § 82).

Sluiten