Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De scherpe tegenstelling tusschen rijk en arm beangstigt u en gij acht daarin te vinden de wondeplek van ons moderne leven, maar hoort dan hoe een bezadigd denker als Von Jhering den toestand in Rome beschrijft: „Nergens werd de rijke zoo gemakkelük millionair, de onbemiddelde zoo licht bedelaar; nergens was de grenslinie tusschen beide uitersten zoo smal, één schrede naar de eene of andere zfide— en als eene lawine wies nood of overvloed".

Het pauperisme vormt een angstverwekkende macht en gij zijt geneigd in zijn verbreiding een trek, aan onze moderne cultuur bijzonderlijk eigen, te zien, maar hoe waarde ook in de oudheid de plaag der armoede rond. Hoe gaf nog kort geleden Prof. K. Kuiper in Onze Eeuw e) van Atheensche armoede een boeiende schets! Hoe straalt in den nacht van bittere ellende de naam van Solon, den man der seisachtheia, die een streep haalde door de hypothecaire schulden en door verandering van het muntstelsel verruiming van de geldmiddelen bewerkte!

De opeenhooping van bezit, het akker aan akker trekken acht gfi; een zorgwekkend verschijnsel, dat onzen tijd ontsiert. Was het evenwel in de oudheid niet alzoo, dat de bodem al meer in handen geraakte van enkele families, terwijl de groote massa der bevolking,, van landerijen beroofd, naar de stad terug toog, waar zij by de vermogenden in afhankelijke positie verkeerde of op staatskosten onderhouden werd? De lex Licinia Sextia van 367 vóór Christus trachtte de ergste misbruiken door staatsverbod te keeren en twee eeuwen later zijn het de leges Sempronice der Gracchen, die de oude wetten doen herleven.

Geen verschijnsel of instituut, dat wy om zijn actualiteit aanstaren, of eeuwen terug vindt het zijn voorlooper. De woelingen, aan werkstakingen verbonden, veroorzaakten ook toen verwarring. De verzekeringsgedachte vond alreeds toepassing. De ondernemersbonden., trusts en kartels, de speculatieve handelingen der opkoopers, die door rings en corners de markt zoeken te beheerschen, waren'destijds niet onbekend. Aristoteles verhaalt van een Syracusaan, die al het ijzer uit de mijnen van Sicilië opkocht met 100 % winst aan de burgers verkocht. Keizer Zeno vaardigde zijn wet De monopolis uit. In het begin der derde acte van Plautus' Captivi legt de hongerige parasiet Ergasilus aldus zijn plan bloot: „Die overeenkomsten hebben aangegaan om het leven te verduren, zal ik aanklagen en als boete zal ik begeeren, dat zij mij tien maaltijden geven naar mijne keuze, hoewel nu alle dingen duur zijn".

Overheidsmaatregelen tot verzachting van der minder bedeelden lot yerzuimden de Romeinsche en Grieksche magistraten niet te treffen. Het streven van niet weinigen onzer dagen, die de verslap-

Sluiten