Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudig worden afgericht op eenige handgrepen, wonderen van preciesheid verrichten, die duizenden en duizenden malen per dag in kleurlooze eentonigheid herhaald, even profijtelijk zün voor het nietige gloeilampje als doodend voor haar eigen kostbare zielelamp.

Het gevaar voor afstomping wordt nog verhoogd, doordien gezonnen wordt op fijneren uitbouw van stelsels als het Taylor-systeem, die de intensiteit van den arbeid zoo hoog mogelijk zoeken op te voeren. Wellicht te sterk is de bewering dat dergelijk systeem noodwendig leidt tot vakidiotisme. Daar schuilt wellicht rhetorische overdrüving in de klacht van een der critici, van Dr. van Ginneken, die zich aldus tot Taylor en de zijnen richt: „Aan de techniek-vergoders moeten wij toonen, wat voor Vandalen zü zün in de blanke straten der parelende zielesteden en hoe wraakroepend zij daar tot puin schieten, neerhalen en in brand steken, wat de Vader der schoone liefde in witte marmerweelde heeft gebouwd". Maar niet twijfelachtig is, dat over een groot deel van ons maatschappelijk leven is gekomen een zwoegend jagen, dat alle kalmte en rust ten eenenmale rooft.

Is het levenstempo des menschen versneld, bliksemt het tegenwoordig overal in de wereld, zijn wij, naar de kernachtige uitdrukking van den hofprediker Dr. Gerritsen, „van de heele en halve noten gekomen tot de trillers" 12) — met dit massale en snelle gaat gepaard een verzwakking van het confidentiëele, het vertrouwelüke element. De patriarchale tint, die vroeger alom het economische leven kleurde, süjt hoe langer hoe meer uit. Op het platteland voltrok zich de moderniseering van den land- en tuinbouw, die zich in den oorlogstijd nog scherper accentueerde. De dagen van intiem onderling verkeer tusschen landheer en pachter zijn voorbij. Een bescheid als de Staatscommissie voor den Landbouw ontving bij haar enquête in Gelderland: „reeds sinds een eeuw woont mijn familie op een pachthoeve en nog nimmer hebben wfi een pachtcontract geteekend en over niets hebben wfi te klagen", wekt herinneringen aan een tijd, die vrijwel tot het verleden behoort. Wel is in enkele provincies van ons land het geslacht der landheeren niet uitgestorven, welke temidden van hunne bezittingen wonend, lief en leed met hunne pachters deelen, maar het is der verdwijning nabij. Ook het platteland bleef van den nieuwen tijdgeest niet onberoerd, al sterker gaat ook het gansche boeren- en tuindersbedrijf rusten op commerciëele overwegingen.

Vooral in de arbeidsbetrekking, in de verhouding van patroon en arbeider is het vertrouwelijk element verbleekt. Steeds minder plaats komt voor gemoedelijke overwegingen; eene nauwkeurige afbakening van de verschillende juridische rechten en verplichtingen wordt het

Sluiten