Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een en al. Het streng-juridische element oefent allengs overheerschenden invloed; daardoor wordt de zedelijke band tusschen patroon en arbeider slapper. Vooral nu, bij de ontwikkeling van het grootbedrijf, de naamlooze vennootschap de rechtsvorm wordt, waarin het bedrijfsleven zich hult, wordt de patroon al meer verdrongen en de macht gelegd in handen van aandeelhouders, die geregelde samenwerking met de arbeiders missen.

Onvolledig zou onze schets wezen, indien niet de uitzetting der behoeften als een trek van het moderne leven werd aangestipt. Gestadig werden in der tijden loop waren, wier benuttiging weleer groote weelde was, tot zaken van noodzakelijk gebruik gedegradeerd. Ongetwijfeld kwam in de behoeften-ladder veel rijkere gradatie en het levensniveau steeg niet onaanzienlijk.

Onvolledig ook zouden wij zijn, indien niet werd herinnerd aan de gewijzigde positie der vrouw en haar veranderde taak. Vreemd doet het ons aan, wanneer wü, bladerend in de annalen van het eerste sociaal congres, , een ernstig protest vinden tegen het plaats nemen van het jonge meisje op de kantoorkruk, tegen haar in dienst treden bij post en telegrafie, terwijl zelfs tegen haar functie als onderwijzeres door sommigen ernstige principiëele bedenkingen worden ingebracht.

Onvolledig ook zouden we zijn, indien niet werd gewaagd van den nieuwen geest, die de volken heeft doortrokken. De democratie, reeds vóór den oorlog eene beteekenende macht, wies in de crisisjaren begrijpelijkerwijze. Gezamenlijk, door alle lagen der bevolking, zün de offers van goed en bloed gebracht, thans klinkt sterker de stem, dat bij den opbouw van staat en maatschappij gelijkelijk aan alle rangen en standen zeggenschap zal worden verleend.

En eindelijk laakbaar zou onze onvolledigheid zijn, als niet werd gedacht aan nog veel dieper ingrijpenden keer in het geestesleven der groote massa's. De kerk legt niet meer op het volksleven beslag. Hoe ver zijn wij af van de dagen door Prof. Aalders in het Hervormingsnummer van Stemmen des Tijds1*) zoo treffend geteekend : „De kerk, die zich boven de wereld verheft, beheerscht tegelijk deze wereld. De kathedraal der middeleeuwsche stad staat niet los van de woonhuizen der burgers. Deze leunen tegen hare muren, en zü wikkelt zich daarvan los en boven uit met hare bogen en spitsen. En in deze gewijde ruimte is plaats voor de ontplooiing van het volle leven, dat buiten haar wordt geleid. Elk gilde bezit er zün eigen kapel en altaar. Elk gezin vindt er zijn graf. Elke kunst brengt er hare edelste proeven in de evenredigheid van het geheel en de versiering der deelen met kleuren en stoffen."

Sluiten