Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ambtelijke hiërarchie verstikt zooveel, dat verdiende te bloeien. De bureaucratie doodt, doodt energie in het economische leven, doodt energie bij den beter willenden ambtenaar zeiven.

Edmund von Sacken heeft in zijn „Fritz und Phillipp" de natuurlijke historie van den ambtenaar aldus in verzen gebracht:

„Wie schlagt das Herze leicht und froh,

Beim ersten Gange ins Büro,

Die Zukunft will sich rosig zeigen,

Es hangt der Himmel voller Geigen.

Man wil in seinem kühnen Streben

Die Welt aus ihren Angeln heben.

Nur immer sachte, bald genug

Wird matter der Gedankenfiug,

Und manchem geht es dann am Schluss

Gleichwie dem armen Ikarus:

Er fallt mit ruppigen Gefieder

Gar unsanft auf die Erde nieder.

Worauf er still und resigniert

An seinen Akten weiter schmiert."

Leerzaam is wat nog, vóór den oorlog, verhandeld werd op de Verein für Sozialpolitik, u) waar de roem van Germanje's sociaal voelende mannen jaarlijks ten congresse saamkomt. Daar bracht meer dan één man van autoriteit zün dringend vermaan uit om Duitschland los te maken van de ziellooze bureaucratie, waarin het economisch leven al meer werd gewrongen. De ambtenarij is in die mate over het Duitsche volk vaardig geworden — zoo klaagde een der redenaren — dat, wanneer een enquête werd gehouden over de vraag wat de menschen het liefst wilden, de groote meerderheid zou antwoorden: „dat mijn kind een pensioengerechtigd ambtenaar wordt." En een ander, Professor Max Weber, gaf aldus zün overkropt gemoed lucht: „Een wereld vol van professoren iseen schrikkelijke gedachte, maar nog verschrikkelijker is een wereld vol van ambtenaren, die aan hun postje kleven."

Bij de taak der normaliseering van het maatschappelijk leven, die wacht, moet ons uitgangspunt zijn: aan het particulier initiatief, aan de vrijheid van individuen en organisaties worde zooveel doenlijk haar eere weer teruggegeven en van den huidigen staatsdwang slechts behouden, wat na ernstige keuring onmisbaar is te achten.

Wij mogen en kunnen het oog niet sluiten voor het ongezonde element, in menige huidige functie van den staat besloten. Warm

Sluiten